Voorlichting Raad van State over digitaal vergaderen vliegt uit de bocht

Op verzoek van de Eerste Kamer adviseerde Raad van State op 16 april over het functioneren van
de Eerste Kamer in tijden van de coronacrisis. Een beetje vreemd om die voorlichting te vragen over je eigen vergadermodus. En ook vreemd dat je het de Raad van State vraagt: dat is geen constitutioneel hof, maar een adviseur van de regering. En al helemaal niet de enige bewaker van de Grondwet. Dat zijn in ons systeem de Kamers ook: ook die genieten interpretatieautoriteit waar het gaat om grondwettelijke voorschriften. Nou, goed dan, die voorlichting werd toch gevraagd. Of ze daar bij de Raad – kortgezegd – eens wilden kijken of alle ‘fysieke’ eisen die artikel 67 van de Grondwet stelt aan het vergaderen van de Kamers (quorum, beraadslagen en besluitvormen) ook in zouden mogen ruilen voor digitale mogelijkheden. Een paar weken eerder vond de Raad in het kader van een soortgelijke advisering over (vergelijkbare) ‘fysieke’ eisen die de Gemeentewet en Provinciewet aan het vergaderen van raden en staten stellen je die ‘fysieke’ eisen niet zomaar in zou kunnen ruilen voor digitale. Er moest daarvoor een aparte en tijdelijke wet digitaal vergaderen voor decentrale overheden komen die onder strikte voorwaarden – wettelijk geregeld – dat digitaal vergaderen decentrale overheden mogelijk zou maken tot 1 september. Daar werden decentrale overheden wel een beetje chagrijnig van (ze moesten tot ver in april wachten vooraleer ze er mee konden werken), maar enfin, wet is wet.

Wie de voorlichting leest moet wel heel wat wegslikken. Eerst en vooral lijkt de Raad als een blad aan een boom gedraaid ten opzichte van zijn advies bij de Tijdelijke wet digitaal vergaderen decentrale overheden (digitaal vergaderen voor de Eerste Kamer kan best volgens de Raad zonder de regels aan te passen). Daarnaast trekt de Raad wel een hele grote broek aan waar het gaat om het vaststellen van de voorwaarden waaronder dat dan kan gebeuren. De Raad ‘maakt’ in zijn voorlichting een waslijst nieuwe regels voor digitaal vergaderen (niks tijdelijks aan) die als een soort nieuwe staatsrechtelijke spelregels moeten gaan gelden. Dat is helemaal niet de rol van de Raad in ons bestel; de Raad heeft helemaal niet de bevoegdheid hier dit soort verstrekkende jurisprudentie te maken.

Emeritus hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga noemde deze voorlichting terecht ‘een
miskleun’ 
en het is ook belangrijk dat de Kamers dit advies weerspreken, en er een eigen interpretatie tegenover zetten, voordat deze Voorlichting stadsrechten krijgt als ongeschreven staatsrecht.

Waar gaan die zorgen in de voorlichting nou precies over? Nou ten eerste geeft de Raad van State wel een heel, heel ruime interpretatie aan artikel 67 van de Grondwet. Dat artikel zegt dat de Kamers alleen mogen beraadslagen of besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden ter vergadering aanwezig is, en dat besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen. Als je het zo leest zou je denken dat niks in deze bewoordingen zich verzet tegen digitaal vergaderen met gebruik van digitale hulpmiddelen (inclusief presentielijst). Nou is er al van verschillende kanten op gewezen dat dit grondwettelijke voorschrift wel moet worden gelezen in de context van andere eisen die de Grondwet stelt: leden hebben een individueel mandaat. Als je digitaal gaat vergaderen, komt dat onder druk door – zoals Elzinga dat noemt – ‘collectivering’ van het vergaderen. Je bent niet meer daar en dan bij elkaar, kunt elkaar niet meer in de ogen kijken, op andere gedachten komen tijdens de vergadering, afwijken van de fractiediscipline, wordt nagenoeg onmogelijk als je in digitale ruimtes wordt voorgekookt of ‘voorgeperst’. Daarnaast – hoe controleren we identiteit, welke apps of middelen zetten we in, etc. etc.? De Raad bekreunt er zich nauwelijks om. De nood is hoog, dus we interpreteren de Grondwet maar ‘au besoin de la cause’ want nu de Grondwet wijzigen op korte termijn lukt niet.

Inconsistent ten opzichte van dat advies digitaal vergaderen. Maar het is niet die inconsistentie – door de Raad ‘weggestopt’ in noot 74 van de Voorlichting – die me de meeste zorgen baart, al is het zuur voor decentrale overheden die op die wet moesten wachten en na 1 september niet meer digitaal kunnen vergaderen en daarvoor afhankelijk blijven van de Haagse wetgever.

Mijn meest belangrijke zorg zit in het feit dat de Raad van State hier met heel brede stroken de regels en uitgangspunten voor digitaal vergaderen ‘bedenkt’ en die brengt als ‘beginselen’ en uitgangspunten ontleend aan de geest van de artikelen 66, 67 en 69 en aan die Tijdelijke wet digitaal vergaderen decentrale overheden (p. 17 van de Voorlichting). De Raad ‘maakt’ hier de regels, en met deze voorlichting aan de Eerste Kamer wordt mogelijk een riskant precedent geschapen; voorlichting van de Raad die als ‘jurisprudentie/legisprudentie’ gaat werken ten aanzien van de grondwettelijke regels die het functioneren van de Kamer betreffen. Zo kan straks de Eerste Kamer nog meer Voorlichting gaan vragen over grondwettelijke regels (willekeurige bepalingen uit Hoofdstuk 3 van de Grondwet) die dan ook – mits onweersproken – bindend zijn voor de Tweede Kamer. Dat is heel onwenselijk natuurlijk, de Eerste Kamer die over de band Tweede Kamer kan ‘gijzelen’. Een ander belangrijk bezwaar bij de waslijst van 11 zelfbedachte regels die op p. 17 van de voorlichting worden opgesomd is dat ze meer vragen oproepen dan dat ze oplossen. Wat is nu de juridische status van deze regels, wat geldt als bijzondere omstandigheid (‘noodzakelijke continuering van de democratische besluitvorming’), wanneer moeten we weer terug naar ‘gewoon’ vergaderen, kunnen Kamerleden zich ook in de toekomst beroepen op een ‘recht’ op digitale convocatie, beraadslaging en besluitvorming, hoe zit het met de rechten van individuele leden, wat voor technische randvoorwaarden gelden (‘open source?’), wie mag dat aanbesteden, aanbieden, etc., etc.? Verder is de voorlichting ook op het punt van aanpalende leerstukken zoals dat van de parlementaire immuniteit weinig doordacht: gelden dezelfde regels als in de fysieke situatie? Alleen bescherming tijdens de vergadering (zoals de voorzitter die bepaalt), maar hoe gaan we dan om met de mogelijkheid dat de leden niet alleen zelf op beeld’ aanwezig zijn? En nog vele vragen van deze soort. Deze voorlichting vraagt om een hard en duidelijk weerwoord van die andere grondwetsinterpretatie-autoriteit in Nederland: de Kamers van de Staten-Generaal.

 

 

 

About wimvoermans

Meer nog te vinden op http://www.wimvoermans.nl/ en op facebook http://www.facebook.com/wim.voermans.58
This entry was posted in Algemeen, Politiek and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

5 Responses to Voorlichting Raad van State over digitaal vergaderen vliegt uit de bocht

  1. Henk says:

    Wellicht heeft u hiervan al kennisgenomen, maar op jl. 23 april waren er verschillende besloten debatten georganiseerd over de Grondwet:
    https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2020A01554
    https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2020A01556
    https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2020A01555

    Kan dit zomaar? Of moeten we ons zorgen beginnen te maken?

    • wimvoermans says:

      Nee, geen zorgen hoor. Dit is een grondwetsherzieningsvoorstel dat al wat langer onderweg was – uitvloeisel van de voorstellen van de Staatscommissie parlementair stelsel (Commissie-Remkes 2018)

  2. Heel goed dat je je zo uitspreekt. Het is bijna treurig om te zien hoe er wordt omgegaan met onze grondrechten en die van de instituties en dat dit nauwelijks weersproken blijft door parlement, journalistiek en wetenschap. De angst regeert: bang voor de eigen positie, bang niet meer serieus genomen te worden door de eigen conformistische vakgenoten, bang om de geldstromen in gevaar te brengen doordat geen onderzoeksopdrachten door de overheid worden gegund. Interessante tijden voor sociologen en mensen die zich verdiepen in groepsdynamica en gedragsleer. Kritiek wordt bijna gezien als landverraad. Een heel enge tijdgeest laat zijn gezicht zien.

  3. Pingback: The Netherlands: Of Rollercoasters and Elephants | Verfassungsblog

  4. Pingback: Noodwetten zijn ondingen, ook die van nu | Wynia's Week

Leave a Reply to Henk Cancel reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.