Informatiepaternalisme: de brief van 18 november 2019 over informatievoorziening aan de Kamer

Afbeeldingsresultaat voor menno snel leijten toeslagen debatGekker moet het niet worden. Woensdagavond 4 december, laat staatssecretaris Menno Snel – in het nauw gebracht door interrumperende Kamerleden (Leijten, Omtzigt) – tijdens het Kinderopvangtoeslagen debat het volgende weten. De reden dat bepaalde cruciale evaluatieverslagen over het hardvochtige handhavingsbeleid van de Belastingdienst Toeslagen niet met de Kamer zijn gedeeld (hij heeft ze zonder er maar in te kijken als ‘vertrouwelijk’ bestempeld) heeft ook daarmee te maken dat hij niet alles kon ‘vinden’. Het viel allemaal niet mee om die informatiehongerige Kamer te voeden. Informatiechaos op het eigen departement als excuus en ook voor de zoveelste keer? Enfin, de Kamer blijkt er gevoelig voor. In het tenenkrommende betoog dat erop volgt laat Snel Leijten weten dat – nu het zoeken zo lastig is – hij er daarom maar voor het heeft gekozen, om de Kamer beter in staat te stellen een zinvol debat te kunnen voeren, de informatie te filteren en te voorzien van ‘duiding’. Wel zo gemakkelijk. Informatie aan de Kamer op een ‘need to know’-basis.Afbeeldingsresultaat voor menno snel leijten toeslagen debat

Renske Leijten (SP) – een ervaren Kamerlid – reageerde terecht als gestoken door een wesp: ‘Wij [de Tweede Kamer] gaan over de informatie die we willen hebben, niet de staatssecretaris!’ Er kwam applaus…van de publieke tribune toch vooral.

Deze vorm van ‘informatiepaternalisme’ waarin Snel de Tweede Kamer probeert mee te nemen, begint al maar normaler te worden. Kamerleden moeten om informatie van de regering te krijgen tegenwoordig steeds harder op de deur slaan. Pieter Omtzigt (CDA) stelde het afgelopen jaar honderden uiterst relevante vragen in verband met het kindertoeslagendrama bij de Belastingdienst. Verwijten en hoon waren zijn deel. ‘Scoringsdrang’ heet dat tegenwoordig, ‘ministers van hun werk houden’. Antwoord kreeg hij eigenlijk niet. Op de veertig vragen die hij 23 juli 2019 stelt aan de staatssecretaris van Financiën – de meeste hele gewone vragen naar concrete informatie die wellicht duidelijk zou kunnen maken wat er aan de hand is bij de Belastingdienst, wie daar aan de knoppen zit, hoe groot het probleem is en waarom er zo genadeloos wordt opgetreden – krijgt Omtzigt steevast ontwijkend of geen antwoord.[1] ‘We zijn het nog aan het uitzoeken, er zijn commissies en groepen aan het werk gezet die dat gaan bekijken (o.a. de commissie-Donner, de Auditdienst Rijk, etc.), we komen er nog op terug,’ dat soort dingen.

 

‘We zijn het nog aan het uitzoeken, er zijn commissies en groepen aan het werk gezet die dat gaan bekijken (o.a. de commissie-Donner, de Auditdienst Rijk, etc.), we komen er nog op terug,’ dat soort dingen. Dieptepunt is het antwoord op Omtzigt’s vraag naar een paar zaken die nog bij de rechter zijn. Zaken waarin de overheid beroep of hoger beroep heeft aangetekend tegen ‘fraudeurs’. Dat steeds in beroep gaan met inschakeling van de Landsadvocaat (overigens een gewoon privaat advocatenkantoor, Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn) vormt een van de onderdelen van het standaardrepertoire van hardvochtigheid van de Belastingdienst. Weten over deze werkwijze is cruciaal voor de Kamer. Omtzigt had eerder gevraagd of de Landsadvocaat ‘ruimhartig’ documenten zou kunnen inbrengen over mensen die van fraude werden beticht. Nodig, want in dit Kafkaëske drama wisten mensen meestal niet eens wat er in hun dossier stond, waarvan ze nu concreet werden verdacht. Koudhartig antwoordt Snel dat hij de Landsadvocaat heeft gevraagd (sic!) om de door Omtzigt gevraagde stukken te beoordelen, en…jammer dan…de Landsadvocaat ziet het niet zitten ze te delen. Trouwens, laat Snel daarop volgen: ‘Uw Kamer is geen partij in de lopende procedures en de stukken geven geen extra inzicht in de gang van zaken “in den brede” in het CAF 11-project. Om die reden doe ik uw Kamer de afschriften van de aan de Landsadvocaat verstrekte stukken niet toekomen.’ Als een belletjetrekker die een standje verdient, wordt Omtzigt’s verzoek geweigerd, met de Landsadvocaat als autoriteit. Hij kreeg zowat niks te horen op zijn – weten we nu – uiterst relevante vragen.

Of dit al niet erg genoeg is schrijft de nieuwbakken Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Knops, onlangs in een kort briefje (18 november 2019) dat de Menno Snel-informatie-aanpak voortaan algemeen beleid wordt. De brief legt de Kamer geduldig uit hoe ministers en staatssecretarissen voortaan denken om te gaan met de informatievoorziening aan de Kamer. Volgens artikel 68 Grondwet zijn bewindslieden verplicht de door de Kamer verlangde inlichtingen te geven. Maar het kabinet is kennelijk een beetje klaar met al dat gevraag. In 2002 en 2016 werden over de reikwijdte van die grondwettelijke informatieplicht duidelijke afspraken gemaakt, maar het kabinet laat in de brief weten dat het wel ‘effectief en werkbaar’ moet blijven voor alle betrokkenen (lees: voor het kabinet). Waar de afspraken uit 2002 en 2016 helder vastleggen dat Kamerleden een grondwettelijk recht hebben op informatie dat veel verder gaat dan de rechten die burgers hebben onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), doet Knops in die brief iets heel merkwaardigs. Hij draait de zaak op zijn kop. Inderdaad, zo geeft hij aan, kunnen Kamerleden veel meer informatie verlangen dan onder de Wob mogelijk is, maar een van de grenzen aan de grondwettelijke informatieplicht van de regering is dat ‘persoonlijke beleidsopvattingen’, van bijvoorbeeld ambtenaren, niet hoeven te worden prijsgegeven. Dat is ook logisch want als we precies zouden weten wie wat in welk overleg heeft gezegd dan is dat vervelend voor betrokken ambtenaren (die kijken voortaan wel lekker uit om nog iets te zeggen) en kunnen bewindspersonen ook tegen elkaar worden uitgespeeld. In 2002 en 2016 vonden de regering en Kamer dat samen een mogelijke reden om zulke informatie niet aan de Kamer te verschaffen. Dat betekende niet dat de Kamer nooit informatie over de ambtelijke of externe werkelijkheid of beleidsvorming ‘achter’ een minister zou mogen verlangen. Dat kan wel, zeggen de afspraken uit 2016 onomwonden. Als de Kamer het echt wil weten dan lak je de namen maar weg. Een zinnige afspraak die het bijvoorbeeld ook mogelijk maakt om er ooit achter te komen of en in hoeverre in de zaak Wilders ambtenaren van Justitie en Veiligheid wellicht zaken hebben gedaan met het Openbaar Ministerie.

De brief van Knops verhaspelt die redenering uit 2016, gooit alles op een hoop en probeert zand in de ogen te strooien. We geven helemaal niks meer prijs over intern beraad, zegt Knops in zijn brief. Dat is kabinetsbeleid, en trouwens ook in de Wob is ‘intern beraad’ reden om informatie te weigeren. ‘Onder artikel 68 Grondwet is het staand beleid dat stukken die zien op intern beraad geen onderdeel worden gemaakt van het debat met de Kamer.’ Aldus de brief. Een fikse ‘bugger off’ voor neuzende Kamerleden. Wie ook maar iets weet van de grondwettelijke inlichtingenplicht gelooft zijn ogen niet. Alles op zijn kop – de regering die uitmaakt wat de Kamer nog mag verlangen. De ministers weten echt wel wat de Kamer nodig heeft, analyseert de brief vaderlijk, en om steeds ingesneeuwd te worden met informatie waar je niks aan hebt is ook zo weer wat. En dan komt er ineens nog een konijn uit de hoge hoed: ‘voor documenten die zien op intern beraad geldt dat er belangrijke staatsrechtelijke en bestuurlijke redenen zijn om niet over te gaan tot de verstrekking daarvan.’ Ik houd me al meer dan dertig jaar met dat staatsrecht bezig, intensief…ik ken die redenen niet. Ze worden hier verzonnen waar je bij staat. Maar wat geeft het: de regering weet echt wel wat de Kamer nodig heeft, en wil die informatie ook best nog ‘duiden.’ En anders vragen we het gewoon aan de Landsadvocaat.

[1] Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 2019Z15340 Vragen van het lid Omtzigt (CDA) aan de Staatssecretaris van Financiën over de kinderopvangtoeslag-affaire en alle aspecten daarvan (ingezonden 23 juli 2019).

Referenties  artikel 68 Grondwet :

  1. Kamerbrief-over-artikel-68-grondwet (1) van Knops van 18 november 2019

De oude afspraken over Informatievoorziening Kamers

2. 2016 Brief over de reikwijdte van art 68 Grondwet

3. 2002 Kamerbrief reikwijdte artikel 68 Grondwet

About wimvoermans

Meer nog te vinden op http://www.wimvoermans.nl/ en op facebook http://www.facebook.com/wim.voermans.58
This entry was posted in Algemeen, Politiek and tagged , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

1 Response to Informatiepaternalisme: de brief van 18 november 2019 over informatievoorziening aan de Kamer

  1. Richard Daniels says:

    Ah.
    Toch heeft het iets geruststellends, dat niet alleen de doorsnee burger wordt gezien als een obstakel in het efficiënt runnen van een ministerie …

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.